|
|
|
Privacy |
Thema's > Geschiedenis Aruba
De eerste inwoners van Aruba kwamen ca. 2000 jaar voor Christus (sommige bronnen spreken van 600 na christus) naar Aruba. Dit waren de Caquetio-indianen van de Arawak-stam.
In 1499 arriveerde de eerste Europese ontdekkingsreiziger Alonso de Ojeda.
In 1636 namen de Nederlanders het bewind over, waarna in 1805 de Britten het tijdelijk overnamen.
Vanaf 1816 grepen de Nederlanders weer de macht en vestigden ze zich in Savaneta. De West-Indische Compagnie ontwikkelde de Benedenwindse Eilanden tot landbouwkolonies.
Een 19de eeuwse goudkoorts bracht het eiland welvaart.
De opening van de olieraffinaderij in 1924 heeft een grote invloed gehad op de ontwikkeling van het eiland.
In 1951 kreeg Aruba grote mate van zelfstandigheid door een motie van de Arubaanse Eilandsraad. Deze resulteerde uiteindelijk in de toekenning van een status aparte vanaf 1 januari 1986, waardoor Aruba vanaf deze datum autonoom functioneert binnen het Koninkrijk der Nederlanden en niet langer onderdeel meer is van de voormalige Nederlandse Antillen. Beweging in de richting van volledige onafhankelijkheid werd gestopt op verzoek van Aruba in 1990.
Een ingrijpende gebeurtenis van Aruba kwam met de komst van de olieraffinaderij, waardoor veel mensen van buitenaf naar het eiland kwamen om te werken. Door de komst van de automatisering vanaf 1940 waren steeds minder werknemers nodig en sloot de raffinaderij in 1986, met als gevolg een grote werkloosheid onder de Arubaanse bevolking.
De laatste decennia van de 20e eeuw liet een hausse zien in de
toerisme-industrie. Het toerisme nam in deze jaren sterk toe, waardoor de meeste
Arubanen hun geld in deze sector konden verdienen. Tot op heden is het toerisme
de belangrijkste bron van inkomsten op Aruba.